De Bonus

Tomer werkt aan een alternatief voor orgaandonatie

Tomer keek tevreden naar zijn opgekweekte nier. Nu alleen nog een chirurg boeken, en het orgaan kon bij hem ingebracht worden. Hij besefte terdege wat een geluk hij destijds gehad had. Zijn linker nier had zoveel geld opgebracht dat hij zijn hele studie had kunnen bekostigen met de orgaandonatie. En nu werkte hij alweer een tijdje in het ziekenhuislaboratorium.

De werking van de stimulerende middelen die aanbevolen werden na het weghalen van een orgaan, verminderde echter na verloop van tijd; dat was bekend. Mensen die het zich konden veroorloven lieten dan een nieuwe nier bij zich inzetten. Anderen moesten noodgedwongen al hun organen verkopen, net zolang tot hun lichaam het niet meer aankon. Mensen zoals Tomers moeder. Zolang hij het zich kon herinneren had ze maar één oog gehad, en over haar hele lichaam miste ze stukken huid. Om nog maar te zwijgen over de grove littekens op haar lichaam die getuigden van ontbrekende interne organen.

“Ben je nog steeds bezig?” Dokter Dietz, het hoofd van de afdeling, stak zijn hoofd om de deur. Hij had het beste voor met zijn mensen.

“Het is klaar!” Tomer glom van trots. “Waarom doen we dit niet vaker?” Opgewonden zwaaide hij met zijn armen en wees naar de glazen kweekschaal. Dokter Dietz kwam binnenlopen en zette zijn bril recht.

“Doen we wát vaker?”

“Organen opkweken, dokter! Dan hoeft niemand meer zijn lichaam te verkopen!”

“Wat is daar in vredesnaam op tegen? Ik denk dat veel mensen er niet blij mee zijn als ze er geen neurootje bij kunnen verdienen, Tomer.” Dokter Dietz lachte voluit.

Tomer zweeg. Dr. Dietz kwam duidelijk uit een ander milieu dan hij. Tomers moeder had haar organen niet verkocht “om er een neurootje bij te verdienen”.

“Sorry Tomer,” dokter Dietz krabde zich in zijn nek en keek ongemakkelijk. “Ik was even vergeten dat jij -”

Tomer knikte kortaf. Zijn plezier was verdwenen.

“Ik denk hierom echt niet minder over je, Tomer,” verzekerde dokter Dietz hem met een schouderklopje. “Waar hadden we het ook alweer over? Oh ja! Het ziekenhuis moet organen kweken volgens jou.” Hij grimaste, trok zijn witte jas uit en hing hem op de haak. “Tomer, wij artsen en onderzoekers hebben geen enkele invloed op het beleid hier. En dat is maar goed ook, want er zijn mensen die meer verstand hebben van de zakelijke kant van de gezondheidszorg dan wij wetenschappers. Ik zie je morgen.” Hierop beende hij het laboratorium uit.

Tomer haalde zijn schouders op. Wie weet wat er nog mogelijk was in de toekomst. Hij slaagde er in dokter van Dam met een fikse korting in te boeken om zijn kweeknier in te planten. Zover zou het echter niet komen.

***

De volgende dag zag Tomer meteen na de veiligheidspoort een rijzige man met een strenge bril, die geflankeerd werd door twee lijfwachten. Hij versperde Tomer de weg en flashte een ID tevoorschijn.

“Mijn naam is Isens.Ik plaats u hierbij onder civiel arrest.”

“Wat?” Tomer duwde tegen de schouder van de man. “Ik heb niks gedaan, laat me erlangs!”

De lijfwachten grepen hem elk bij een elleboog en drukten hem tegen de muur. Isens gebaarde naar de baliemedewerker. “Kan het hier of moeten we hem meenemen? Ik wil hem verhoren.”

Er was een kamer vrij. Collega’s keken hem beurtelings verbaasd of afkeurend na toen hij door de gang werd gesleept.

Dokter Dietz was ook binnen. “Sorry Tomer, ik heb geprobeerd met ze te praten.”

Tomer werd in een stoel geduwd. “Wat is de aanklacht?”

Isens zonk neer in de stoel tegenover hem. De lijfwachten bleven staan, net als Dr. Dietz, die tegen de deurpost leunde.

“Mijn cliënt klaagt u aan wegens schending van haar patentrecht.” Hij wierp een scherpe blik naar Tomer. “Een exclusief eigendomsrecht, meneer, een monopolie op een stuk techniek.” Hij knipte met zijn vingers en stak zijn hand uit. Een van de lijfwachten legde er een glazen schaal in. “Dít stuk techniek!”

“Voorzichtig,” riep Tomer uit, en sprong op. Hij werd meteen teruggeduwd in zijn stoel. Hij sloeg zijn handen voor zijn gezicht en boog zijn hoofd. De schaal bevatte zijn nier.

“Dit wordt een fikse claim, meneer.” Hij tikte op het tafelblad. “Het is onbegrijpelijk dat een wetenschapper zoals u aan het knutselen slaat zonder de patentenbank te raadplegen.” Hij boog zich over zijn documenten, en knikte toen hij een bepaalde passage zag staan. “Ach ja, vandaar.”

Tomer keek hem verslagen aan.

“Alstublieft, kunnen we niet wat regelen,” verzocht dokter Dietz. “Ik beloof u dat ik al mijn invloed aan zal wenden om – ”

Uiteindelijk was Isens zo goed om een schikking voor te stellen. Het ziekenhuis zou twee jaar lang vijfenzestig procent van het salaris van Tomer aan de cliënt van Isens overmaken. Tomer hoefde niet in hechtenis genomen te worden.

***

Dokter Dietz was duidelijk ontdaan en liep meteen weg, zonder Tomer nog te spreken. Later op de middag kwam hij echter opgewekt binnen, en liep direct naar Tomer die met gebogen schouders bij zijn reageerbuizen stond.

“Tomer, ik heb een verrassing voor je.”

Tomer keek hem aan met uitgebluste ogen.

“Je bent altijd zo’n goede kracht voor me geweest, ik heb een niertransplantatie voor je geregeld. Vanavond al. Beschouw het als een bonus.”

“Een transplantatie? Is er dan een nier binnengekomen? ”

“Nog niet, Tomer, nog niet.”

Dokter Dietz nam hem mee naar de ingang, waar beiden voor de glazen deuren naar buiten bleven kijken.

Plots klonken piepende en schurende remmen en krijsende stemmen, gevolgd door de doffe bons van een lichaam tegen de muur. Broeders renden schreeuwend met een brancard naar buiten om het slachtoffer erop te hijsen. Hij was nog warm toen hij op de operatietafel gelegd werd.

Met zwachte dwang duwde dokter Dietz Tomer naar de kamer ernaast. Dokter Dietz had het beste voor met zijn mensen.